Costa Rei: de koninklijke kust in het zuidoosten van Sardinië
Waar de Costa Smeralda in het noorden alle aandacht krijgt, ligt in het zuidoosten van Sardinië een kuststrook die er in schoonheid weinig voor onderdoet: Costa Rei. Acht kilometer aaneengesloten wit en goudgeel zand, kristalhelder water en een rust die je op de bekendere stranden van het eiland steeds moeilijker vindt.
Waar ligt Costa Rei precies?
Costa Rei ligt in de gemeente Muravera, zo'n 50 kilometer ten oosten van Cagliari. De kuststrook wordt in het zuiden begrensd door Sant Elmo, een strand met kristalhelder water tussen bijzondere rotsformaties, en in het noorden door Capo Ferrato, een natuurreservaat waar niet gebouwd mag worden. Die bescherming aan beide uiteinden is meteen een deel van de charme: de kust is lang, maar voelt nergens dichtgebouwd.
Het strand: acht kilometer aan opties
Wat Costa Rei bijzonder maakt, is de variatie binnen die ene lange kustlijn. Het hoofdstrand bij het dorpscentrum is breed, zacht aflopend en goed voorzien — ideaal voor gezinnen met kinderen. Wandel of fiets je verder naar het noorden of zuiden, dan wordt het al snel rustiger, met kleinere baaien tussen granieten rotsen.
Monte Nai is een goed oriëntatiepunt: vanaf hier overzie je een groot deel van de kustlijn in één blik. Verder richting het zuiden liggen de rustigere Scoglio di Peppino, met zijn kenmerkende platte rotsformatie, en Cala Sinzias, een baai met meer dan een kilometer fijn goudwit zand tussen twee landtongen.
Meer dan alleen strand
Costa Rei is niet alleen zon en zee. Het achterland herbergt archeologische vindplaatsen zoals de Nuraghe Scalas en verschillende menhirs — een mooie afwisseling voor een middag als het strand even genoeg is geweest. Ook de Spaanse uitkijktoren bij Cala Pira, ten noorden van Costa Rei, is een plek die de moeite van een bezoek waard is: je kunt er via een pad vanaf het strand naartoe wandelen.
Ten noorden van Costa Rei, richting Muravera, liggen bovendien de lagunes van Colostrai en Feraxi — met elkaar verbonden waterpartijen die al sinds 1989 beschermd natuurgebied zijn. Het is een geliefde pleisterplaats voor flamingo's, reigers en steltkluten, en de oevers zijn te belopen of te fietsen. Een mooi, rustig tegenwicht voor wie tussen de strandbezoeken door iets anders wil zien.
In het dorp zelf vind je restaurants, ijssalons en boetiekjes, en in de zomermaanden een avondmarkt met lokale Sardijnse producten.
Beste periode om te gaan
Costa Rei is dankzij het milde mediterrane klimaat van Pasen tot eind oktober goed te bezwemmen. In juli en augustus is het er, net als op de rest van het eiland, het drukst. Buiten het hoogseizoen — vooral in juni en september — heb je veel van deze acht kilometer kust vrijwel voor jezelf.
Insider tip: vanaf Cagliari kun je op twee manieren naar Costa Rei rijden. De snelste route loopt landinwaarts via de SS125, door het heuvelachtige binnenland — in ongeveer een uur ben je er. Ik raad echter de kustroute aan (via Poetto, Quartu, Geremeas en Villasimius), die ik zelf heb gereden: een constante kronkelweg met bijna voortdurend zicht op zee. Je doet er wat langer over, maar de rit zelf is al de moeite waard. Ga je na Costa Rei nog naar Villasimius, houd er dan rekening mee dat je feitelijk alweer richting Cagliari rijdt — het ligt tussen Costa Rei en de stad in. Onderweg passeer je nog wel een aantal verborgen baaien die de meeste toeristen missen.
Twijfel je nog tussen Costa Rei en andere plekken in het zuiden van Sardinië? Ik help je graag de juiste keuze maken voor jouw reis.